Naar hoofdinhoud

Artikel 22

Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer

Onderdeel van Artikelsgewijze toelichting verordening leerlingenvervoertitel

Welke wijze van vervoer conform artikel 21 wordt bekostigd wordt weergegeven in artikel 22. Dit artikel van de verordening bepaalt welke bekostiging maximaal wordt verleend, namelijk ten behoeve van: de reis van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug in elk weekeinde, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de schoolvakanties; de reis van het internaat of het pleeggezin naar de woning van de ouders en terug in elke vakantie van twee of meer schooldagen, voor zover deze vakantie is opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. Welke wijze van vervoer wordt bekostigd, bepaalt het college van de gemeente waar de ouders wonen. Artikel 22, derde lid, van de verordening geeft aan dat de bepalingen van Titel 3 van de verordening van overeenkomstige toepassing zijn op de toekenning van bekostiging voor weekeinde- en vakantievervoer, met uitzondering van artikel 16, artikel 17 tweede lid, artikel 18, eerste lid, onder b, artikel 18, tweede lid en artikel 20 van de verordening. Zie verder de toelichting bij deze artikelen. Analoge toepassing van Titel 3 van de verordening betekent dat: bekostiging van openbaar vervoer regel is indien aan de afstandscriteria van artikel 15 wordt voldaan. het college tevens de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een begeleider kan bekostigen, in het geval door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling, gelet op zijn verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke handicap of leeftijd, niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken (artikel 17, eerste lid). het college de kosten van het aangepast vervoer bekostigt, indien: de leerling gelet op zijn verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke handicap niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te maken (artikel 18, eerste lid, onder a); openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college van het (brom)fietsvervoer gebruik kan maken. (Van het (brom)fietsvervoer zal, gezien de afstanden die overbrugd moeten worden, in principe geen gebruikgemaakt worden) (artikel 18, eerste lid, onder c). Overigens geldt met name voor het weekeinde- en vakantievervoer dat een combinatie van vervoer in veel gevallen mogelijk is. Bijvoorbeeld een combinatie trein-taxi, etc. 4.het college kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren. De bekostiging is dan afhankelijk van de bekostiging van het vervoer waarop de ouders aanspraak zouden maken (artikel 19). De algemene bepalingen van Titel 1 van de verordening zijn uiteraard ook van toepassing, alsmede het bepaalde in Titel 7.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel