Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

- Voorwaarden bijzondere bijstandsverlening

Onderdeel van beleidsregels regelrecht (versie 3)

De bijdrage op grond van deze regeling wordt toegekend als het (gezins)inkomen van belanghebbende lager is dan 110% van de norm en wanneer belanghebbende of een van de gezinsleden onder de pensioengerechtigde leeftijd kan aantonen chronisch ziek of gehandicapt te zijn. Van het bestaan van een chronische ziekte of handicap wordt in ieder geval uitgegaan wanneer de belanghebbende aan kan tonen dat hij en/of één van de gezinsleden in aanmerking komt voor: a. Een WIA, WAZ of Wajong uitkering b. Een WMO vervoersvoorziening c. Een gehandicaptenparkeerkaart d. Een bijdrage vanuit de regeling Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten van het CAK Voor deze regeling wordt geen rekening gehouden met het vermogen zoals genoemd in de wet en een vermogen boven het bedrag van artikel 34 lid 3 van de wet vormt geen afwijzingsgrond. Belanghebbenden, met uitzondering van de alleenstaande ouder, die 18 jaar of ouder zijn en die geregistreerd staan als studerend/schoolgaand komen niet in aanmerking voor een voorziening op grond van deze regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel