De bijdrage op grond van deze regeling wordt toegekend als het
(gezins)inkomen van belanghebbende lager is dan 110% van de norm
en wanneer belanghebbende of een van de gezinsleden onder de
pensioengerechtigde leeftijd kan aantonen chronisch ziek of
gehandicapt te zijn.
Van het bestaan van een chronische ziekte of handicap wordt in
ieder geval uitgegaan wanneer de belanghebbende aan kan tonen
dat hij en/of één van de gezinsleden in aanmerking komt voor: a.
Een WIA, WAZ of Wajong uitkering b. Een WMO vervoersvoorziening
c. Een gehandicaptenparkeerkaart d. Een bijdrage vanuit de
regeling Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
van het CAK
Voor deze regeling wordt geen rekening gehouden met het vermogen
zoals genoemd in de wet en een vermogen boven het bedrag van
artikel 34 lid 3 van de wet vormt geen afwijzingsgrond.
Belanghebbenden, met uitzondering van de alleenstaande ouder,
die 18 jaar of ouder zijn en die geregistreerd staan als
studerend/schoolgaand komen niet in aanmerking voor een
voorziening op grond van deze regeling.
Hoofdstuk
Artikel 3
- Voorwaarden bijzondere bijstandsverlening
Onderdeel van beleidsregels regelrecht (versie 3)