Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 16

Instandhoudingsbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Aalten 2011

1. Het is verboden om zonder vergunning of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder d, of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder g, de bodem te verstoren. 2. Archeologisch onderzoek is op grond van de gemeentelijke archeologische maatregelkaart verplicht wanneer de verstoring plaatsvindt: in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied groter is dan 5000 m2 èn dieper dan 50 cm; in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied groter is dan 2500 m2 èn dieper dan 50 cm; in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied groter is dan 500 m2 èn dieper dan 40 cm; in een dorpskern van 1850 en het te verstoren gebied groter is dan 100 m2 èn dieper dan 40 cm; in een gebied of terrein van archeologische waarde, beschermd stads- en dorpsgezicht en het te verstoren gebied dieper is dan 40 cm. 3. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: de verstoring in het aangewezen gebied kleiner of ondieper is dan genoemd in lid 2. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden, bijvoorbeeld via het aanlegvergunningenstelsel in bestemmingsplannen, die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische maatregelenkaart; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of • de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of • in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 4. In bestemmingsplannen die zijn vastgesteld na 16 februari 2010, zijn de onder lid 2 genoemde bepalingen omtrent archeologische monumentenzorg verwerkt en van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel