Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, bedraagt de verlaging:
a.tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie; b. vijfentwintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie; d. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
– De hoogte en de duur van de verlaging
Onderdeel van AFSTEMMINGSVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2011