**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, bedragen de verlagingen genoemd in artikel 11 als volgt:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie;
vijfentwintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de tweede categorie;
de hoogte van de verlaging bij een gedraging van de vijfde categorie wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag gerelateerd aan de netto-bijstand en op de volgende wijze vastgesteld:
1. bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
2. bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 25% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
3. bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
4. bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- tot € 6.000,-: 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
5. bij een benadelingsbedrag van € 6.000,- tot € 8.000,-: 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden;
6. bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,-: 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden plus één maand voor elke € 2.000,- waarmee het benadelingsbedrag boven € 8.000,- uitstijgt.
**2..** Van het opleggen van de verlaging als bedoeld in het eerste lid onderdeel a kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij binnen een periode van twee jaar eerder een verlaging of een schriftelijke waarschuwing is opgelegd.
HOOFDSTUK 3
Artikel 12
– De hoogte en de duur van de verlaging
Onderdeel van AFSTEMMINGSVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2011