Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:6

Het bepalen van te plaatsen cliënten

Onderdeel van Nadere regels uitvoering WSW Helmond 2011

De wachtlijst als bedoeld in artikel 2 van de verordening wordt twee maal per enig jaar ‘bevroren’, te weten per 31 januari en per 31 juli. Op dat moment wordt bepaald welke geïndiceerde in welke categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de verordening valt en in de daarop volgende zes kalendermaanden voor plaatsing in aanmerking komt, gelet op de plaatsingsmogelijkheden in relatie met de opgelegde taakstelling. De in het eerste lid bepaalde groepen geïndiceerden kunnen door de uitvoerder willekeurig door elkaar geplaatst worden met dien verstande dat zij binnen zes kalendermaanden, zoals bedoeld in het eerste lid, daadwerkelijk een aanbod tot arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van de wet krijgen. In afwijking van artikel 3, tweede lid, van de verordening, genieten geïndiceerden die door beëindiging van een dienstverband als bedoeld in artikel 7 van de wet weer op de wachtlijst geplaatst worden, voorrang voor nieuwe plaatsing op volgorde van datum terugkeer op die wachtlijst. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de geïndiceerde als bedoeld in het derde lid niet gebonden aan de twee data waarop de wachtlijst bevroren wordt en komt de geïndiceerde direct in aanmerking voor plaatsing, gelet op de plaatsingsmogelijkheden in relatie met de opgelegde taakstelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel