De periode van niet plaatsen op de wachtlijst vangt aan met ingang van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het tijdelijk niet plaatsen aan de geïndiceerde is bekend gemaakt of per genoemde datum als vermeld in de beschikking.
Gedurende de periode gelegen tussen het verzoek en de bekendmaking van het besluit als bedoeld in artikel 3:3, vierde lid, wordt de geïndiceerde niet geplaatst.