Het is verboden zonder of in afwijking van een (omgevings)vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken, te hebben of te veranderenof het gebruik daarvan te veranderen.
Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening Provincie Zuid-Holland.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:12
(Omgevings)vergunning voor het maken, het hebben, het veranderen of het gebruik veranderen van een uitweg.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening