Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:59

Gevaarlijke honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander: anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt; anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. In het eerste lid wordt verstaan onder: muilkorf, die voldoet aan de in lid 4 genoemde beschrijving; kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter. Een muilkorf zoals bedoeld in lid 3.a moet vervaardigd zijn van stevige materiaal en met een stevige riem rond de hals zodanig worden aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en zodanig zijn ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten. De korf moet zo zijn ingericht dat het dier zichzelf of een ander niet kan verwonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel