Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3.

Inrichting van de markt

Onderdeel van Nadere regels voor de warenmarkt in de gemeente Roosendaal

1.. Het college bepaalt ten aanzien van alle markten: de afmeting van de standplaatseenheden op 3 x 4 meter; de opstelling en de indeling van de markten overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen; per vergunninghouder kunnen maximaal 4 eenheden worden toegewezen; op alle vaste standplaatsen wordt het toegestaan een verkoopwagen of markavan te gebruiken; de verkoopwagens en markavans dienen technisch inpasbaar te zijn. Onder technisch inpasbaar wordt verstaan, dat het eigen materiaal binnen de vergunde ruimte inpasbaar moet zijn, waarbij eventueel naastgelegen kramen hiervan geen hinder mogen ondervinden. 2.. Het college bepaalt ten aanzien van de markt op maandag: het aantal standplaatseenheden op 212; de standplaatseenheden, op de tekening als bedoeld in lid 1 onder b aangeduid met de nummers 1 t/m 212, worden aangewezen als vaste standplaats, de plaatsen op de tekening als bedoeld in lid 1 onder b aangeduid met de nummer S1 t/m S6 als standwerkerplaatsen en de plaatsen op de tekening als bedoeld in lid 1 onder b aangeduid met G1 t/m G7 als seizoensplaats. 3.. Het college bepaalt ten aanzien van de markt op zaterdag: het aantal standplaatseenheden op 59; de standplaatseenheden, op de tekening als bedoeld in lid 1 onder b aangeduid met de nummers 1 t/m 59 worden aangewezen als vaste standplaats en de plaatsen op de tekening als bedoeld in lid 1 onder b aangeduid met G1 t/m G7 als seizoensplaats. 4.. Het college bepaalt ten aanzien van de markt op woensdag: het aantal standplaatseenheden op 19; de standplaatseenheden, op de tekening als bedoeld in lid 1 onder b aangeduid met 1 t/m 19 worden aangewezen als vaste standplaats.

Rechtspraak bij dit artikel