**1..** Op het persoonsgebonden budget zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen;
de omvang van het persoonsgebonden budget wordt, met uitzondering van het persoonsgebonden budget voor vergoeding van een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964, afgeleid van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie te verstrekken goedkoopst adequate voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten, zoals vastgelegd in het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Bunnik;
de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bunnik;
**2..** Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen.
**3..** Budgethouders dienen de besteding van hun persoonsgebonden budget jaarlijks schriftelijk aan het college te verantwoorden;
Het college gaat steekproefsgewijs na of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bunnik, op verzoek van het college per omgaande te verstrekken.
**4..** De salarisadministratie behorend bij een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt uitgevoerd door het Servicecentrum PGB van de Sociale verzekeringsbank.
**5..** Het vierde lid geldt alleen in die situaties dat een werknemer meer dan drie dagen hulp verricht bij een houder van een persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Persoonsgebonden budget.
Onderdeel van Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning 2010