Naar hoofdinhoud
1.. Zij, die zijn veroordeeld tot gevangenisstraf van 3 maanden, tot hechtenis van 3 maanden, tot plaatsing in eene Rijkswerkinrichting of tot eenige zwaardere straf, hebben, zoowel gedurende den tijd, dat zij straf ondergaan, als gedurende den tijd, dat zij zich door de vlucht aan de tenuitvoerlegging van het vonnis mochten onttrekken, geene aanspraak op pensioen. 2.. In de hier bedoelde gevallen kunnen Burgemeester en Wethouders ten behoeve van de vrouw of kinderen geheel of gedeeltelijk over het dientengevolge vrijgevallen deel van het pensioen beschikken.

Rechtspraak bij dit artikel