**1..** Voor de toepassing van de bepalingen dezer Verordening worden als ambtenaren aangemerkt zij, die in vasten dienst der Gemeente eene of meer der betrekkingen bekleeden, welke voorkomen op de bij deze Verordening gevoegde staten A en B of bij nader besluit van den Gemeenteraad daarop worden gebracht.
**2..** Op hem, die in tijdelijken dienst der Gemeente is, is de bepaling van het eerste lid van toepassing voor zoover hij eene of meer der betrekkingen bekleedt, welke voorkomen op de genoemde staten A en B en tot een gezamenlijken duur van ten minste 2 jaren in dienst der Gemeente is geweest, waarvan ten minste 1 jaar onafgebroken.
**3..** De ambtenaren, die op 1 October 1913 een betrekking bekleedden, die voorkomt op de in het eerste lid bedoelde staten A en B, doch welke na dien datum zijn overgegaan in een betrekking, die niet op genoemde staten voorkomt, worden voor de toepassing dezer verordening geacht een betrekking te vervullen, die voorkomt op staat A.
§ 1.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening op het verleenen van pensioen aan ambtenaren der gemeente en aan hunne weduwen en weezen