De bij artikel 733 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde breedte van voetpad, dreef of weg, wordt, indien die niet bij den titel is bepaald, vastgesteld als volgt:
- - die van het voetpad en de dreef op eene breedte van 1 Meter;
- - die van den weg op eene breedte van 3 Meter.