Ten aanzien van erfpachtsovereenkomsten betreffende gemeentegrond, op welke van toepassing zijn hetzij de “Algemene Voorwaarden voor de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ’s-Gravenhage” (Verz. 1923, no. 19), hetzij de algemene “Voorwaarden, waarop de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ’s-Gravenhage zal geschieden” (Verz. 1911, no. 18, brengen Burgemeester en Wethouders uiterlijk twee jaar vóór het verstrijken van de erfpachtstermijn de erfpachter schriftelijk de datum van beëindiging van het erfpachtsrecht in herinnering, zo mogelijk met vermelding of zij termen aanwezig achten het aangaan van een nieuwe overeenkomst na afloop van de bestaande te bevorderen.
Indien de erfpachter voornemens is een nieuwe overeenkomst aan te gaan, doet hij hiervan blijken door inzending (bij aangetekend schrijven) van een verklaring aan Burgemeester en Wethouders, uiterlijk binnen twee maanden na de datum van verzending van de in lid 1 bedoelde brief.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening betreffende vaststelling van canons bij vernieuwing van erfpachtsovereenkomsten