Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 1:

Begripsbepalingen.

Onderdeel van Regeling maatschappelijke participatie 2011

1.. Alle begrippen die in deze regeling worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.. In deze regeling wordt verstaan onder: Het college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk WIJ: Wet investeren in jongeren; Aanvrager: degene die in aanmerking wenst te komen voor een tegemoetkoming voor deelname aan maatschappelijke activiteiten; Partner: degene met wie de aanvrager gehuwd is of anderszins een gezamenlijke huishouding voert; Uitkeringsgerechtigde: de persoon als bedoeld in artikel 1, sub l van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet Suwi) Ingezetene: elke rechtmatig in Nederland verblijvende persoon die op de dag van de aanvraag ingeschreven is in de Gemeentelijke basisadministratie (Gba) van de gemeente Oisterwijk; Financiële tegemoetkoming: een bijdrage in de kosten van deelname aan sociaal-culturele en sportieve voorzieningen en activiteiten; Inkomen: het netto verzamelinkomen uit of in verband met arbeid; inkomsten uit vermogen, inkomsten uit sociale zekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud en alle andere bronnen van inkomen zoals genoemd in artikel 32, lid 1 onder a van de WWB. Het inkomen wordt berekend zonder vakantietoeslag; Sociaal minimum: de op grond van paragraaf 3.2 van de WWB / hoofdstuk 4 van de WIJ op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de WWB / artikelen 30 tot en met 34 van de WIJ door het college vastgestelde verhoging of verlaging. In het kader van deze beleidsregels wordt uitgegaan van de norm (sociaal minimum) exclusief vakantietoeslag. Inkomensgrens: de grens van maximaal 120% van het van het sociaal minimum; Vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Wwb waarbij uitgegaan wordt van de maximale vermogensgrenzen zoals bedoeld in artikel 34, derde lid van de Wwb. Het vermogen in de eigen woning wordt hierbij buiten beschouwing gelaten; Peildatum: de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel