Op de op grond van artikel 5, eerste lid, aangewezen plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van Burgemeester en Wethouders.
Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien:
voor de ligplaats al vergunning is verleend;
het woonschip langer, breder, hoger of dieper is dan aangegeven op de ligplaatsenkaart, die als bijlage bij deze verordening is opgenomen;
het woonschip belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land;
het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;
het woonschip niet voldoet aan de eisen van veiligheid en gezondheid;
het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen;
de aanvraag niet in overeenstemming is met de door Burgemeester en Wethouders gestelde regels op het gebied van de bijbehorende voorzieningen.
De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip.