De bestuurlijke boete bedraagt €100,- indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is handelt in strijd met artikel 25, vierde lid van de wet.
De bestuurlijke boete bedraagt €200,- indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 7 van deze verordening.
De bestuurlijke boete bedraagt € 200,-, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringexamen heeft behaald.
De bestuurlijke boete bedraagt € 400,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringexamen heeft behaald.
Hoofdstuk
Artikel 13
De hoogte van de bestuurlijke boete voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening inburgering 2010