Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars aan waaraan het bij voorrang een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria:
de inburgeringsplichtige die gealfabetiseerd is;
de vrijwillige inburgeraar die gealfabetiseerd is;
de inburgeringsplichtige en de vrijwillige inburgeraar die algemene bijstand of een uitkering op grond van een regeling zoals bedoeld in artikel 19, vierde lid van de wet ontvangt;
de inburgeringsplichtige en de vrijwillige inburgeraar die de zorg heeft voor een of meer kinderen jonger dan 17 jaar en die geen inkomen uit werk of een regeling zoals bedoeld in artikel 19, vierde lid van de wet ontvangt;
de inburgeringsplichtige en de vrijwillige inburgeraar die zichzelf meldt en gemotiveerd is.
Het college kan bij nadere regeling de weging van deze voorrangscriteria vaststellen.