De budgethouder is uitsluitend bevoegd binnen zijn deelproducten te schuiven met de kostensoorten mits de taakstelling wordt gerealiseerd.
Buiten de schuifruimte vallen het omzetten van programmakosten in personeelskosten, de doorbelastingen van de (hulp)kostenplaatsen, de subsidies en de verplichte uitgaven.
Uitgavenbudgetten mogen niet worden gecompenseerd met inkomstenbudgetten, tenzij tussen de betreffende uitgave en inkomst een direct causaal verband aanwezig is.
Incidentele budgetten, zowel uitgaven als inkomsten, mogen niet worden aangewend voor structurele uitgaven.