Naar hoofdinhoud
1.. Voor een belanghebbende, die tevens recht op een algemeen ouderdomspensioen heeft, wordt daarvan het bedrag, dat geacht kan worden betrekking te hebben op een tijd overeenkomende met de diensttijd, tot een maximum van 20 jaren, waarnaar zijn pensioen is berekend, gerekend deel uit te maken van het bedrag van zijn pensioen. 2.. Ten aanzien van hem, die op het tijdstip met ingang waarvan voor hem recht op algemeen ouderdomspensioen ontstaat, reeds recht op pensioen heeft, vindt het eerste lid toepassing met ingang van de eerste van de maand waarin het recht op algemeen ouderdomspensioen is ontstaan of zoveel later als het pensioen is ingegaan. 3.. Het bedrag van het algemeen ouderdomspensioen, dat ingevolge het eerste lid gerekend wordt deel uit te maken van het bedrag van het pensioen, overschrijdt niet het bedrag van het algemeen ouderdomspensioen, dat geacht kan worden betrekking te hebben op het tijdvak, liggende tussen de aanvang en het einde van de diensttijd, waarnaar het pensioen is berekend. 4.. Het algemeen ouderdomspensioen wordt geacht betrekking te hebben op het tijdvak liggende tussen de tijdstippen waarop belanghebbende de leeftijd van 15 jaar en die van 65 jaar heeft bereikt. 5.. Als diensttijd wordt uitsluitend in aanmerking genomen de diensttijd gelegen voor het tijdstip, waarop de leeftijd van 65 jaar is bereikt.

Rechtspraak bij dit artikel