Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Samenstelling

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2008

Een raadscommissie bestaat uit maximaal drie leden per fractie. Per fractie mogen er in totaal voor alle commissies twee leden worden benoemd, die geen raadslid zijn. Het is de fracties vrij om te bepalen wie er namens de fractie een commissievergadering bijwoont. De raad kan daarnaast buitengewone leden benoemen. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. De in het eerste lid genoemde leden die geen raadslid zijn, dienen tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie. De in het 1e lid bedoelde leden die geen raadslid zijn, kunnen pas toetreden tot de commissie nadat zij schriftelijk de volgende verklaring hebben getekend: ”dat hij/zij de benoeming als lid van de raadscommissie … voor de raadsperiode ….-…. aanvaardt; dat hij/zij om tot lid van de raadscommissie te zijn benoemd rechtstreeks, noch middellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, enige gift of gunst heeft gegeven of beloofd; dat hij/zij om iets als raadscommissielid te doen of te laten, rechtstreeks, noch middellijk enig geschenk of enige belofte heeft aangenomen of zal aannemen; dat hij/zij getrouw zal zijn aan de Grondwet, de wetten zal nakomen en zijn plichten als raadscommissielid naar eer en geweten zal vervullen; dat hij/zij geen betrekkingen vervult, welke ingevolge de Gemeentewet met het raadslidmaat-schap en dus het raadscommissieschap, onverenigbaar zijn;dat hij/zij nadrukkelijk kennis heeft genomen van de bepalingen in de Gemeentewet over raadscommissies en de Verordening op de raadscommissies …., waardoor hij op de hoogte is over geheimhouding omtrent zaken en/of stukken die in beslotenheid zijn behandeld en ten aanzien waarvan een commissie geheimhouding heeft opgelegd, één en ander tot het moment waarop die geheimhouding is opgeheven; dat hij/zij overigens de nodige vertrouwelijkheid in acht zal nemen ten aanzien van zaken en/of stukken, waarvan de vertrouwelijkheid genoegzaam bekend is of in het algemeen veronder-steld mag worden, één en ander op een wijze zoals dit van een raadscommissielid mag worden verwacht”.

Rechtspraak bij dit artikel