Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Uitvoering overbrenging, in bewaring nemen en vrijgeven van een (motor)voertuig

Onderdeel van Regels voor het aanbrengen van een wielklem en het in bewaring nemen van een (motor)voertuig tot zekerheidsstelling van betaling van parkeerbelastingen

Indien 24 uur na het aanbrengen van de wielklem nog geen opdracht is gegeven tot het verwijderen van de aangebrachte wielklem, wordt het betreffende (motor)voertuig in opdracht van de heffingsambtenaar overgebracht naar een ten behoeve daarvan aangewezen locatie en in bewaring gesteld; Vóór de overbrenging en het in bewaring nemen wordt het (motor)voertuig door de beheerder op eventuele schades gecontroleerd. Deze worden gerapporteerd op het formulier “klemmen en slepen”; De beheerder neemt bij de bewaring een kopie van het formulier “klemmen en slepen” op in een bewaarregister; De heffingsambtenaar neemt het formulier “klemmen en slepen” met bijbehorende bijlagen en foto’s op in een bewaarregister; Na 48 uren van bewaring, waarbinnen het voertuig niet is opgehaald, doch uiterlijk binnen 7 dagen na de datum van overbrenging zal de heffingsambtenaar de kentekenhouder per aangetekend schrijven in kennis stellen van de overbrenging en het in bewaring stellen. Dit in zover de NAW gegevens beschikbaar zijn; De bewaring wordt opgeheven, eerst nadat door de belastingschuldige het volgende is betaald: de naheffingsaanslag; de kosten voor het aanbrengen en verwijderen van de wielklem; de kosten van het overbrengen van het (motor)voertuig; de kosten van bewaring van het (motor)voertuig. De betaling van de onder punt 6. genoemde bedragen dient plaats te vinden bij de beheerder. Nadat de betaling van punt 7. volledig heeft plaatsgevonden, wordt door de beheerder een verklaring van afgifte voor de belastingschuldige ingevuld, waarna de beheerder het voertuig ter beschikking stelt aan rechthebbende. Belastingschuldige en beheerder ondertekenen beiden de verklaring van afgifte;

Rechtspraak bij dit artikel