Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Sociaal medische indicatie en mantelzorg.

Onderdeel van Verordening kinderopvang Rhenen 2010

1.. Ouders waarvoor een noodzaak tot kinderopvang is vastgesteld als gevolg van sociale of medische noodzakelijkheid zoals beschreven in artikel 1 sub d van deze Verordening, komen in aanmerking voor een tegemoetkoming van de kosten. Hierbij wordt rekening gehouden met de aantoonbare mogelijkheden van de aanvrager om zelf in opvang te voorzien of met een andere passende voorziening waar de ouder redelijkerwijs gebruik van zou kunnen maken. 2.. De mantelzorger, zoals omschreven onder artikel 1 sub e van deze Verordening, komt in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten als de noodzaak tot kinderopvang voortkomt vanuit de activiteiten als mantelzorger. Hierbij wordt rekening gehouden met de aantoonbare mogelijkheden van de aanvrager om zelf in opvang te voorzien of met een andere passende voorziening waar de ouder redelijkerwijs gebruik van zou kunnen maken. 3.. Het college wijst een onafhankelijke instantie aan voor het vaststellen van de noodzakelijkheid van de kinderopvang als bedoeld in het eerste en tweede lid. Indien bij de aanvraag al voldoende en onafhankelijke bewijsstukken zijn verstrekt ter onderbouwing van deze noodzaak, zal afgezien worden van een adviesaanvraag. 4.. Van de ouders wordt een bijdrage in de kosten van kinderopvang gevraagd afhankelijk van het toetsingsinkomen. 5.. Voor de bepaling van de hoogte van deze bijdrage wordt de tabel gebruikt voor het betreffende kalenderjaar, zoals opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming in kosten kinderopvang, de Regeling indexering kinderopvang en de daarbij behorende bijlage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel