In het voorgaande is een aantal malen geschreven “bij bewoning
van een eigen woning”. Dit betekent dat de extra
vermogensvrijlating en de mogelijkheid van de vestiging van een
zakelijk zekerheidsrecht (daarover later meer) alleen opgaan,
wanneer iemand daadwerkelijk in de eigen woning woont. Is de
aanvrager eigenaar van een woning met overwaarde, die hij niet
zelf bewoont, dan gelden deze bepalingen niet. Verkoop van de
woning leid er niet toe dat hij dakloos wordt en ook eventuele
huurders komen niet op straat te staan (verkoop breekt geen
huur).
In het vervolg van dit stuk wordt, als er staat eigen woning,
bedoeld de door belanghebbende bewoonde eigen woning.
Hoofdstuk B. › Paragraaf 3
Artikel 3.9
alleen als men de woning zelf bewoont
Onderdeel van Beleidsregel Krediethypotheek en pandrecht gemeente Kerkrade