Zoals al aangegeven zijn beide rechten zekerheidsstellingen. De
hypotheek- of pandrechthouder heeft het recht van parate
executie als de schuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt.
Alleen op registergoederen is het vestigen van een
hypotheekrecht mogelijk. Een woonhuis is altijd een
registergoed. Voor woonwagens geldt dat deze niet geregistreerd
kunnen worden in het kadaster. Het vestigen van een stil (ofwel
bezitloos) pandrecht is dan de enige optie.
Het hypotheekrecht geeft een veel grotere zekerheid dan het
pandrecht. Hypotheekrecht wordt gevestigd door inschrijving van
de notariële akte bij het Kadaster. Aan vervreemding of belening
van het registergoed komt iedere keer weer een notaris te pas.
Deze moet de Kadastrale registers raadplegen.
Een pandrecht wordt geregistreerd bij de Inspectie der
Registratie en Successie van de Belastingdienst of bij een
notaris. Probleem bij het pandrecht is dat deze registers niet
openbaar zijn. De kenbaarheid voor derden is daardoor beperkt.
Het kan dan ook gebeuren dat een zaak waarop pandrecht rust
wordt verkocht zonder dat de koper bekend was met het pandrecht.
Bij een registergoed is dat onmogelijk.
Hoofdstuk B. › Paragraaf 5
Artikel 5.2
verschil hypotheek en pandrecht
Onderdeel van Beleidsregel Krediethypotheek en pandrecht gemeente Kerkrade