Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk B. › Paragraaf 5

Artikel 5.4

aflossing van de krediethypotheek

Onderdeel van Beleidsregel Krediethypotheek en pandrecht gemeente Kerkrade

Voor de aflossing van de geldlening kent de WWB evenmin regels of het zou het gestelde in artikel 58 lid 1 onder b moeten zijn: 1.Het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend kan kosten van bijstand terugvorderen, voorzover de bijstand: b. in de vorm van een geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen; Dit artikel houdt alleen in dat wanneer belanghebbende de regels van de leenovereenkomst niet nakomt, de overeengekomen bepalingen van die overeenkomst terugtreden en de verstrekte leenbijstand terugvorderbaar is, conform de regels die voor terugvorderingen gelden. Met andere woorden de gemeente is vrij om te bepalen vanaf welk moment moet worden afgelost, welke termijnen daarbij worden toegepast en wanneer rente verschuldigd is. Ook voor de hoogte van deze rente bestaan geen voorschriften. Hier zullen dus weer keuzes gemaakt moeten worden. Het Besluit krediethypotheek dat onder de Abw gold, is hierbij als leidraad gevolgd. De bepalingen met betrekking tot aflossing en renteberekening zijn opgenomen in de gemeentelijke beleidsregels. Voor de hand liggend is dus, dat er tijdens de bijstandsverlening geen ruimte is om af te lossen op de, op grond van het vermogen in de woning verstrekte, leenbijstand. Dit zou iedere andere aflossings- en reserveringscapaciteit te niet doen. Verder is het logisch dat de rente in ieder geval niet de gangbare rente die over hypothecaire leningen wordt berekend overtreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel