Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies

1.. Tijdens de vergadering kunnen andere aanwezige burgers bij ieder agendapunt in beide termijnen het woord voeren over het betreffende agendapunt. De griffier geeft een tijdsindicatie van de behandeling van het agendapunt waarbij de burger wil inspreken. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 8 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4.. De voorzitter geeft het woord op de door hem bepaalde volgorde. 5.. Elke spreker krijgt in de eerste termijn maximaal vijf minuten en in de tweede termijn maximaal twee minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd en de termijn voor aanmelding voor het spreekrecht. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel