**1..** Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af
van het opleggen van een maatregel indien:
de gedraging meer dan één jaar vóór
constatering van die gedraging door het college heeft
plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de
inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging
ten onrechte inkomensvoorziening is verleend. Een maatregel
wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet
opgelegd na verloop van vijf jaren ander
de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
er 3 maanden zijn verstreken nadat het college de gedraging
van de jongeren heeft geconstateerd zonder dat het onderzoek
is gestart als voorbereiding van het besluit betreffende de
geconstateerde gedraging.
het college dringende redenen aanwezig acht.
**2..** Tot het afzien van een maatregel zoals bedoeld onder a, b of c wordt
niet besloten ingeval het verzuim of de verwijtbare gedraging
plaatsvindt binnen een periode van twee jaren te rekenen vanaf de
datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke mededeling
als bedoeld in het tweede lid is gegeven.
**3..** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
grond van dringende redenen wordt de jongere daarvan schriftelijk
mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 5.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren West Maas en Waal