De volgende gedragingen leiden tot een verlaging van de uitkering met
20% voor de duur van een maand:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
verkrijgen en te aanvaarden;
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in
verband met de arbeidsinschakeling, op een aangegeven plaats en
tijd te verschijnen;
het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek
naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, dan wel aan een
onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding;
het in onvoldoende mate nakomen van een of meerdere opgelegde
verplichtingen zoals bedoeld in artikel 55 van de Wet werk en
bijstand.
HOOFDSTUK 2
Artikel 9
Gedraging van de tweede categorie
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, Ioaw en Ioaz