Wanneer een WIJ-partner samenwoont met een WWB-partner die samen geen of onvoldoende inkomsten hebben, dan vindt er een afwijkende berekening van het gezinsinkomen plaats.
Belangrijk daarbij is of er wel of geen kinderen in het gezin zijn.
Geen kinderen
Wanneer een stel geen kinderen heeft moeten wij ieder van hen als alleenstaande beschouwen.
Zij hebben dan beiden recht op de norm voor een alleenstaande. Samen derhalve 100% van de gezinsnorm. Toeslagen zijn hier niet aan de orde.
Wel kinderen
Wanneer een stel wel kinderen heeft is de berekening ingewikkelder. In deze situatie wordt ieder van de ouders als alleenstaande ouder beschouwd. Beiden hebben formeel daarom recht op 70% van de gezinsnorm, samen 140%. Dat is echter te veel. In deze situaties is de WIJ-ouder leading. Hij wordt dan beschouwd als een alleenstaande ouder. Via de WIJ betalen wij hem dan een tegemoetkoming van 70% van de gezinsnorm. De andere partner krijgt een aanvulling via de WWB die leidt tot een uitkering van 100% van de gezinsnorm, 30% derhalve.
Hoofdstuk
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Bijstandsverordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand