**1..** Er is sprake van verwijtbaar handelen indien de
inburgeringsplichtige zonder dringende reden zich niet houdt aan de
verplichtingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, artikel 23, eerste
lid, artikel 25, vierde lid, artikel 31, tweede lid onder a, van de
Wet inburgering of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van
de Verordening wet inburgering.
**2..** Onder dringende reden wordt in ieder geval verstaan aantoonbaar
geoorloofd (langdurig) verzuim door werk, zwangerschapsverlof,
ziekte (na ziekmelding), ernstige ziekte of overlijden van bloed- of
aanverwanten, huwelijk of bijwonen van een huwelijk van bloed- of
aanverwanten, verhuizing binnen of buiten de gemeente, het tijdelijk
ontbreken van passende kinderopvang en het tijdelijk ontbreken van
passend aanbod van een inburgeringsvoorziening. In alle overige
gevallen is er sprake van ongeoorloofd verzuim.
**3..** Of de inburgeringsplichtige verwijtbaarheid kan worden aangerekend
bepaalt het college per individueel geval. In het geval dat de
overtreding de inburgeringsplichtige kan worden verweten, legt het
college een bestuurlijke boete op. In het geval dat de
inburgeringsplichtige gedeeltelijk verwijtbaarheid kan worden
aangerekend, kiest het College voor een lagere bestuurlijke
boete.
Hoofdstuk 6
Artikel 8
bestuurlijke boete bij verwijtbaar handelen
Onderdeel van Beleidsregels inburgeringsvoorzieningen Wet inburgering