Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Inkomensachteruitgang

Onderdeel van Beleidsregel individuele bijzondere bijstand

1.. Bijzondere bijstand is mogelijk in de vorm van een toeslag aan een voormalig alleenstaande ouder bij acute inkomensachteruitgang bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd door het jongste ten laste komende kind; 2.. De toeslag als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt maximaal 12 maanden verleend met een afbouw over vier periodes van drie maanden, waarbij elke periode de toeslag met 25% verminderd; 3.. De hoogte van de toeslag als bedoeld in lid 1 van dit artikel is gelijk aan het verschil tussen het inkomen dat ouder en kind tezamen hadden op het moment dat het kind nog geen 18 jaar was, inclusief de voor het kind ontvangen kinderbijslag, en het inkomen van ouder en kind tezamen vanaf het moment dat het kind 18 jaar geworden is, inclusief de eventueel door het kind ontvangen studiefinanciering conform artikel 33, lid 2 van de wet; 4.. Door berekening van de bijzondere bijstand volgens lid 3 van dit artikel is vaststelling van de draagkracht niet van toepassing op de toeslag als bedoeld in lid 1 van dit artikel; 5.. De vastgestelde toeslag als bedoeld in lid 3 van dit artikel wijzigt niet tussentijds door aanpassing van de normbedragen, maar wel door wijzigingen in de inkomsten van ouder en/of kind.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel