**1..** Bij verstrekking van bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de draagkracht van de belanghebbende;
**2..** De draagkracht wordt uitgedrukt in een percentage van het voor de bijzondere bijstand in aanmerking te nemen inkomen en vermogen;
**3..** Bij de vaststelling van de financiële draagkracht behoeft niet het totale meerinkomen te worden ingezet;
**4..** Bij de berekening van bijzondere bijstand worden de volgende percentages van het meerinkomen in aanmerking genomen:
15% tussen € 0 en € 1.090 per jaar, vermeerderd met
35% tussen € 1.090 en € 2.723 per jaar, vermeerderd met
50% van € 2.723 en meer per jaar;
**5..** Wanneer sprake is van periodieke bijzondere bijstand voor de kosten van rente en aflossing lening Stadsbank wordt 50% van het meerinkomen in aanmerking genomen naast de van toepassing zijnde aflossingscapaciteit bij het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld door de landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR);
**6..** Voor de bepaling van het vermogen is artikel 34, lid 1 onder a en b van de wet van toepassing;
**7..** De draagkracht bedraagt 100% van het meervermogen;
**8..** Bij het samengaan van periodieke en incidentele kosten wordt de draagkracht eerst op de incidentele kosten in mindering gebracht;
**9..** Wanneer verschillende draagkrachtpercentages van toepassing zijn, wordt het hoogste percentage op het meerinkomen in mindering gebracht;
**10..** De draagkrachtperiode gaat in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend en geldt voor de duur van twaalf maanden;
**11..** Lid 10 van dit artikel is niet van toepassing op kosten die eerder gemaakt zijn;
**12..** De draagkracht wordt binnen de vastgestelde periode van twaalf maanden herzien indien wijziging van de omstandigheden daartoe aanleiding geeft.