Lid 1
De ambtenaar is verplicht aanwezigheidsdiensten te verrichten indien het college dit in het belang van de dienst noodzakelijk acht.
Lid 2
De ambtenaar verricht ten hoogste 3 aanwezigheidsdiensten van maximaal 24 uur in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uur, en ten hoogste 26 aanwezigheidsdiensten in een periode van 13 achtereenvolgende weken.
Lid 3
De ambtenaar heeft voor en na een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd van tenminste 11 uren, welke rusttijd in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uur mag worden ingekort tot eenmaal ten minste 10 uren en eenmaal ten minste 8 uren.
Lid 4
De ambtenaar heeft tijdens een aanwezigheidsdienst na een arbeidstijd van ten hoogste 10 uren, een onafgebroken rusttijd van tenminste 6 uren.
Lid 5
Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing in de tijdruimte gelegen tussen vrijdag 18.00 uur en de daaropvolgende maandag 08.00 uur.
Lid 6
Ingeval van overwerk bedraagt de arbeidstijd bedoeld in het derde lid ten hoogste 12 uren.
Lid 7
In afwijking van het tweede en vijfde lid verricht de ambtenaar maximaal 5 aanwezigheidsdiensten van ten hoogste 12 uren in een periode van 7 maal 24 uren, en 26 aanwezigheidsdiensten in een periode van 13 weken, voor zover de ambtenaar in deze periode ten hoogste 5 uren arbeid verricht.
Hoofdstuk
Artikel 19a:21
Aanwezigheidsdiensten ambulancepersoneel
Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst voor de sectie Gemeenten voor de gemeente Landsmeer v4