Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Artikel 2.

Onderdeel van Maatschappelijke ondersteuning

Regels rond verstrekking en verantwoording 1.Keuzevrijheid Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.Beperking keuzevrijheid Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: Het een vervoersvoorziening betreft waar een collectief vervoerssysteem als bedoeld in artikel 22 onder a. van de verordening in kan voorzien. Op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget en er geen adequate budgetbegeleiding aanwezig is. Op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld de aangevraagde voorziening zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen dient te worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget. Het een verstrekking in de vorm van een woonvoorziening betreft die uitsluitend als verstrekking in natura kan worden verstrekt. Vaststellen van de hoogte van het budget bij voorzieningen Bij een eenvoudige (standaard) voorziening met een kostprijs van minder dan € 1000,- wordt het budget bepaald aan de hand van het bruto bedrag van de betreffende voorziening zoals opgenomen in het assortiment van de gemeentelijke leverancier van hulpmiddelen. Op dit bedrag wordt een korting van 10% in mindering gebracht . Het restantbedrag wordt verhoogd met de wettelijk verschuldigde BTW en het bedrag als genoemd onder artikel 3 onder d. voor de kosten van verzekering, reparatie en onderhoud. Bij een standaard voorziening boven € 1000,- wordt het budget bepaald zoals opgenomen onder artikel 3 a.. Tevens wordt een offerte aan de aanvrager van de voorziening gevraagd van de aan te schaffen voorziening. Na toetsing van de offerte wordt het bedrag van de adequaat goedkoopste voorziening toegekend; 90% van de bruto kostprijs van de voorziening uit het kernassortiment zoals genoemd onder a. dan wel de werkelijke kostprijs indien dezelager is. Bij een complexe voorziening wordt het budget bepaald door het opvragen van een modelofferte bij de vaste leverancier van de gemeente waarbij wordt uitgegaan van de brutoprijs van de geselecteerde voorziening, inclusief de gespecificeerde prijs voor individuele aanpassingen. Dit bedrag wordt verminderd met 10% korting en verhoogd met BTW en een bedrag voor kosten van onderhoud, reparatie en verzekering zoals genoemd in artikel 3 onder d. Het uiteindelijke bedrag (het referentie persoonsgebonden budget) levert het maximaal te verstrekken PGB op. Het referentie PGB wordt afgezet tegen een door de aanvrager te verstrekken offerte van de gewenste voorziening waarna het bedrag van de adequaat goedkoopste voorziening als PGB wordt verstrekt. Onderhoudskosten: per voorziening is een bedrag in het PGB opgenomen voor de kosten van onderhoud, verzekering en reparatie conform onderstaande tabel; Product / Kosten Verzekering, onderhoud en reparatie BTW Duur PGB Rolstoel incidenteel 3 % 6 % 7 jaar Rolstoel semi-permanent 3 % 6 % 7 jaar Rolstoel permanent (kantelbaar) 5 % 6 % 7 jaar Rolstoel actief 5 % 6 % 5 jaar Rolstoel elektrisch (binnen/buiten) 7 % 6 % 5 jaar Scootmobiel 7 % 6 % 7 jaar Driewielfiets volwassen met trapondersteuning 6 % 6 % 7 jaar Driewielfiets volwassen zonder trapondersteuning 3 % 6 % 7 jaar Fiets accu trapondersteuning 3 % 19 % 5 jaar Tillift 4 % 19 % 7 jaar Badlift 3 % 19 % 7 jaar Toilet/douchevoorziening 0 % 19 % 7 jaar Kinderrolstoel handbewogen 4 % 19 % 4 jaar Kinderrolstoel elektrisch 7 % 19 % 4 jaar Kinderdriewielfiets 3 % 19 % 5 jaar Kinderbuggy 0 % 19 % 5 jaar e. De afschrijvingspercentages van de diverse voorzieningen om de restwaarde te berekenen zijn als volgt: Afschrijvingspercentage per product 0-6 mnd 7-12 mnd 13-18 mnd 19-24 mnd jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar 6 jaar 7 Rolstoel incidenteel 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Rolstoel semi-permanent 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Rolstoel permanent (kantelbaar) 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Rolstoel actief 20% 25% 35% 50% 70% 85% 95% Rolstoel elektrisch (binnen/buiten) 20% 25% 35% 50% 70% 85% 95% Scootmobiel 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Driewielfiets volwassenen met trapondersteuning 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Driewielfiets volwassenen zonder trapondersteuning 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Fiets accu trapondersteuning 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Tillift 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Badlift 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Toilet/douchevoorziening 10% 20% 25% 35% 50% 70% 85% 90% 95% Kinderrolstoel handbewogen 20% 30% 40% 60% 80% 95% Kinderrolstoel elektrisch 20% 30% 40% 60% 80% 95% Kinderdriewielfiets 20% 25% 35% 50% 70% 85% 95% Kinderbuggy 20% 25% 35% 50% 70% 85% 95% De berekening van de restwaarde bij inname van een voorziening of bij terugvordering vindt plaats door het vaststellen van de prijs van de bruto voorziening inclusief modulaire aanpassingen maar exclusief de specifiek voor de aanvrager aangebrachte aanpassingen. Het dan gevonden bedrag wordt verminderd met 10% korting en verhoogd met de wettelijk verschuldigde BTW. Het uiteindelijke bedrag wordt vervolgens verminderd met het van toepassing zijnde afschrijvingspercentage om de restwaarde vast te stellen. Woonvoorzieningen in natura Woonvoorzieningen als mobiele tilliften, badliften, badplanken, losse douchestoelen, douchebrancards, toiletstoelen, transferhulpmiddelen (glijzeil en draaischijf) en toiletbrilverhogers worden bij voorkeur in natura verstrekt. 5. Persoonsgebonden budget sportrolstoel en sportvoorziening Een sportrolstoel of sportvoorziening voor gehandicapten wordt uitsluitend verstrekt als persoonsgebonden budget in de vorm van een forfaitair bedrag. De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen persoonsgebonden budget voor de aanschaf, onderhoud en reparatie van een sportrolstoel zoals bedoeld in artikel 27 onder c van de verordening is een forfaitaire vergoeding en bedraagt € 2.613,81. De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen persoonsgebonden budget voor de aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening zoals bedoeld in artikel 27 onder d van de verordening is een forfaitaire vergoeding en bedraagt € 2.613.81. Het onder a. en b. genoemde bedrag wordt niet vaker dan eens in de drie jaar verstrekt. Verantwoording persoonsgebonden budget De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt steekproefsgewijs plaats waarbij de steekproef minimaal een omvang heeft van 10% van de verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel