Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 26

Orde der vergaderingen

Onderdeel van Reglement van orde voor de gemeenteraad 2009

1.. De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van de orde in een vergadering en is bevoegd, wanneer de orde op enigerlei wijze wordt verstoord, hen die de orde verstoren te verwijderen. De voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd . Na aanneming van het voorstel verlaat het lid onmiddellijk de vergadering. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 2.. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid of een lid van het college dat aan de beraadslagingen deelneemt hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 3.. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 4.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

Rechtspraak bij dit artikel