Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 39

Amendementen

Onderdeel van Reglement van orde voor de gemeenteraad 2009

1.. Ieder lid is bevoegd tijdens de beraadslagingen wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde besluit. Ook kan hij voorstellen, het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke stemming zal plaatsvinden. Dit splitsingsvoorstel brengt de voorzitter in stemming. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3.. Elk (sub)amendement en elk voorstel moetom in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Het amendement dient voorzien te zijn van de handtekening van de indiener(s). 4.. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, tot het moment dat de besluitvorming door de raad plaatsvindt. 5.. Een amendement is ontoelaatbaar, indien het een strekking heeft, tegengesteld aan die van het voorstel, of indien er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat, zulks ter beoordeling van de voorzitter.

Rechtspraak bij dit artikel