Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 4

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

Onderdeel van Reglement van orde voor de gemeenteraad 2009

1.. Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden. De commissie bestaat uit de voorzitters van de drie grootste fracties of de door hen aangewezen plaatsvervangers. Als voorzitter van de commissie treedt op de voorzitter van de grootste fractie. Indien deze daar van afziet, beslist de commissie wie als voorzitter zal optreden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het stembureau. 2.. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.. Na de Gemeenteraadsverkiezingen roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van de commissie is overeenkomstig het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel