Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 45

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de gemeenteraad 2009

1.. Ieder lid kan aan het college of de burgemeester schriftelijke vragen stellen. 2.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. 3.. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen ter kennis van de overige leden van de raad, het college en de pers worden gebracht. 4.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen zes weken nadat de vragen zijn binnengekomen plaats, de recesperiodes uitgezonderd. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan voor het einde van de termijn gemotiveerd in kennis. Het college dient aan te geven binnen welke termijn wel beantwoording zal plaatsvinden. 5.. Indien binnen de (uit)gestelde termijn in het vierde lid, geen beantwoording volgt worden de schriftelijke vragen op de agenda geplaatst van de eerstvolgende raadsvergadering ter behandeling. 6.. De antwoorden worden digitaal via de griffie aan alle leden van de raad gestuurd. 7.. De vragensteller kan in geval van schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en in het geval van mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.Het is niet mogelijk naar aanleiding van de beantwoording van de nadere vragen moties in te dienen.

Rechtspraak bij dit artikel