Deze verordening verstaat onder:
1. Monument
onroerende zaak, die van algemeen belang is op basis van de volgende
criteria:
architectuurhistorische waarde; en/of
landschappelijke en/of historisch ruimtelijke waarde; en/of
cultuurhistorische waarde; en/of
zeldzaamheidswaarde
gebied of terrein met behoudenswaardige informatie van
cultuurhistorische, archeologische of landschappelijke
aard.
2. Archeologisch verwachtingsgebied
Terrein dat in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening is
aangewezen vanwege zijn betekenis voor de gemeentelijke archeologische
monumentenzorg en geregistreerd is op de gemeentelijke archeologische
beleidskaart.
3. Bodemarchief
Alle informatie die in de bodem ligt opgeslagen en daarin terecht is
gekomen door activiteiten van mensen en door natuurlijke processen.
4. Gemeentelijke archeologische beleidskaart
Kaart met een ruimtelijke presentatie van de gemeentelijke
archeologische verwachtingsgebieden en het te voeren beleid, vastgesteld
door de bevoegde overheid.
5. Gemeentelijk archeologisch monument
Terrein dat in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening is
aangewezen en geregistreerd als gemeentelijk monument.
6. Gebied of terrein van archeologische waarde
Gebied of terrein dat zich bevindt in de zone die op de archeologische
beleidskaart van de gemeente Geldrop-Mierlo als zodanig is aangeduid
(aldaar: categorie 2) en waar archeologische waarden, door onderzoek
en/of in combinatie met andere bronnen zijn aangetoond, die als
behoudenswaardig kunnen worden gekarakteriseerd.
7. Gebied of terrein met hoge archeologische
verwachting
Gebied of terrein dat zich bevindt in de zone die op de archeologische
beleidskaart van de gemeente Geldrop-Mierlo als zodanig is aangeduid
(aldaar: categorie 3a/3b, met of zonder esdek) en waarvan op basis van
geologische en bodemkundige opbouw een hoge dichtheid aan archeologische
sporen/vindplaatsen wordt verwacht.
8. Gebied met middelhoge archeologische
verwachting
Gebied of terrein dat zich bevindt in de zone die op de archeologische
beleidskaart van de gemeente Geldrop-Mierlo als zodanig is aangeduid
(aldaar: categorie 4a/4b, met of zonder esdek) en waarvan op basis van
geologische en bodemkundige opbouw een middelhoge dichtheid aan
archeologische sporen/vindplaatsen wordt verwacht.
9. Gebied met lage archeologische verwachting
Gebied of terrein dat zich bevindt in de zone die op de archeologische
beleidskaart van de gemeente Geldrop-Mierlo als zodanig is aangeduid
(aldaar: categorie 5) en waarvan op basis van geologische en
bodemkundige opbouw een lage dichtheid aan archeologische
sporen/vindplaatsen wordt verwacht.
10. Gemeentelijke monumentenlijst
De lijst waarop zijn geregistreerd de in overeenstemming met deze
verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen onroerende
zaken en terreinen.
11. Welstand- en erfgoedcommissie
De door het college van Burgemeester en Wethouders ingestelde commissie
of aangewezen instantie, die als taak heeft het college van Burgemeester
en Wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de
toepassing van de Monumentenwet 1988, over de gemeentelijke
archeologieverordening en over het gemeentelijke erfgoedbeleid.
12. Archeologisch vooronderzoek
In schriftelijke rapportage vastgelegd inventariserend onderzoek naar de
geschiedenis en de archeologische waarden van een locatie in
overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in de
vorm van archeologisch bureauonderzoek of inventariserend
veldonderzoek.
13. Archeologisch bureauonderzoek
Vorm van archeologisch onderzoek waarbij de aan- of afwezigheid, het
karakter en de omvang, de gaafheid, de conservering en de relatieve
kwaliteit van archeologische waarden worden bepaald aan de hand van
bestaande bronnen over archeologische waarden die voor een bepaald
gebied al bekend zijn of worden verwacht.
14. Inventariserend veldonderzoek (IVO)
Vorm van onderzoek waarbij extra informatie wordt verworven om het
gespecificeerde verwachtingsmodel dat op het archeologische
bureauonderzoek is gebaseerd aan te vullen en te toetsen door middel van
waarnemingen in het veld.
15. Archeologische begeleiding
Vorm van onderzoek waarbij de uitvoering van niet-archeologische
werkzaamheden door een archeoloog wordt begeleid. Het proces kan 3
doelen dienen:
Om bij afwezigheid van adequaat vooronderzoek door fysieke
belemmeringen alsnog een vorm van inventariserend veldonderzoek
te kunnen verrichten (cf. IVO-proefsleuven);
Om eventeel aanwezige archeologische informatie te behouden (cf.
Opgraven);
Om bij (beperkte) ingrepen in gewaardeerde terreinen aanwezige
archeologische informatie te behouden (cf. Opgraven).
16. Opgraving
Het vlakdekkend onderzoeken van archeologische vindplaatsen, met als
doel de gegevens van de vindplaats te documenteren en daarmee de
informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het
verleden. Opgravingen worden verricht door een vergunninghoudende
partij, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de
Monumentenwet 1988 en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificatie
in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
17. Plan van aanpak
Een door de opdrachtnemer op te stellen plan voor de uit te voeren
werken waarmee beoogd wordt aan de vereisten zoals geformuleerd in het
Programma van Eisen te voldoen. Ook wordt hierin een voorstel gedaan
voor de werkwijze waarmee de in het Programma van Eisen geformuleerde
resultaatsverwachtingen bereikt kunnen worden.
18. Programma van eisen
Het PvE is een door een bevoegde overheid opgesteld of bekrachtigd
document dat de probleem- en doelstelling van de te verrichten
werkzaamheden van de vindplaats geeft en de daaruit af te leiden eisen
formuleert met betrekking tot het uit te voeren werk.
19. Vergunninghoudende partij
Een dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van
Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse
Archeologie.
20. Deskundige op het terrein van de archeologische
monumentenzorg
Een door het college van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen
deskundige op het gebied van de gemeentelijke archeologische
monumentenzorg.
21. Bodemingreep
Alle grondwerkzaamheden/ activiteiten die een effect hebben op het
voortbestaan van archeologische waarden in situ, ook
wel bodemverstoring genoemd.
22. Bouwhistorisch onderzoek
Onderzoek, in een schriftelijke rapportage vastgelegd, naar de
bouwgeschiedenis, de bouwhistorische kwaliteit en de monumentale waarde
van een monument.
23.vergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder f of
artikel 2.2 eerste lid
onder b Wabo.
24.bevoegd gezag
Bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht.
25.Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Archeologieverordening Gemeente Geldrop-Mierlo 2009