**1..** Het bevoegd gezag kan vergunning verlenen voor graafwerk en
bodemingrepen in archeologische verwachtingsgebieden.
**2..** Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder b dan
wel artikel 2.2 lid 1 onder d Wabo kan slechts worden verleend
indien vooraf door de aanvrager daarvan door middel van een
rapportage van archeologisch vooronderzoek conform de Kwaliteitsnorm
voor de Nederlandse Archeologie en het Programma van eisen naar het
oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat
bij realisatie van de bodemingrepen: a. de archeologische waarden in
voldoende mate zijn zeker gesteld; of b. er geen archeologische
waarden aanwezig zijn; of c. de archeologische waarden niet of niet
onevenredig worden geschaad.
**3..** Het bevoegd gezag kan aan de verlening van de vergunning op basis
van artikel 2.22 Wabo en artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht
voorschriften verbinden, waaronder: a. de verplichting tot het
treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem
kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van
inventariserend veldonderzoek of een opgraving; c. de verplichting
de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden
door een vergunninghoudende partij op het terrein van de
archeologische monumentenzorg.
**4..** De gevraagde vergunning kan worden geweigerd, indien de
archeologische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van
het bevoegd gezag in situ behouden dienen te
blijven.
**5..** Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor terreinen/gebieden die in
overeenstemming met artikel 3 van de Monumentenwet 1988 zijn
aangewezen als beschermd archeologisch (rijks)monument.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6
Vergunning archeologische verwachtingsgebieden
Onderdeel van Archeologieverordening Gemeente Geldrop-Mierlo 2009