Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › AFDELING 1.

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de Gemeente Brunssum

1.. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2.. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 , eerste lid van het Besluit van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3.. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4.. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6.. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting mag niet meer dan 20 dB(A) boven de reguliere grenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedragen. 7.. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8.. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17 , 2.19 en 2:20 van het Besluit- om 2.00 uur beëindigd. 9.. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10.. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel