1 De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken
indien:
a blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
b blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in
artikel 11 niet naleeft;
c de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder
dient te wegen;
d niet binnen een jaar van de vergunning gebruik wordt
gemaakt.
2 De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
welstand- en erfgoedcommissie.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 16
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Geldrop-Mierlo