Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1

Artikel 4

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Geldrop-Mierlo

1 Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2 Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de welstand- en erfgoedcommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3 Op de aanwijzingsprocedure tot beschermd gemeentelijk monument is het bepaalde in de artikelen 4:8 en 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. 4 Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een object de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 7 lid 1 plaatsheeft of vaststaat dat het monument niet wordt aangewezen, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing. 5 Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 6 Burgemeester en wethouders brengen de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing van een gemeentelijk monument. 7 Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar. 8 De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel