Naar hoofdinhoud

Artikel AHOJG-criteria

Artikel AHOJG-criteria

Onderdeel van BELEIDSREGELS ACTUALISATIE COFFEESHOPBELEID GEMEENTE GRONINGEN

Het Groningse gedoogbeleid is gebaseerd op het landelijke coffeeshopbeleid. Het landelijke beleid kreeg gestalte in 1976 toen als gevolg van een wijziging van de Opiumwet een onderscheid werd aangebracht tussen harddrugs (onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid) en softdrugs (een geringer risico). De gedachte hierachter was om de softdrugsgebruiker uit het hardere en criminele circuit van de harddrugs te houden. Toen eind jaren tachtig bleek dat de verkoop van softdrugs met name in coffeeshops plaatsvond, besloot het College van procureurs-generaal in 1991 tot de landelijke invoering van de zogenaamde AHOJG-criteria. Na enkele aanscherpingen in de jaren negentig werden de criteria in december 2000 als volgt vastgesteld: Geen Affichering; behalve een summiere aanduiding van de lokaliteit mag géén reclame worden gemaakt. Geen Harddrugs; in een coffeeshop mogen geen harddrugs aanwezig zijn en/of worden verkocht. Geen Overlast; een coffeeshop mag geen overlast veroorzaken. Onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast, geluidhinder, vervuiling en rondhangende klanten. Geen Jeugdigen; geen verkoop en geen toegang aan jeugdigen beneden de 18 jaar. Geen Grote hoeveelheden; niet meer dan 5 gram te verhandelen per transactie (per klant, per dag) en niet meer dan 500 gram op voorraad. Deze voorwaarden gelden voor alle coffeeshops in Nederland. Het is niet mogelijk om lokaal van deze voorwaarden af te wijken. Wanneer coffeeshops zich houden aan deze voorwaarden wordt door het Openbaar Ministerie (OM) niet opgetreden. Bij overtreding van de beleidsregels of wanneer softdrugs vanuit andere punten dan coffeeshops wordt verkocht wordt wél strafrechtelijk opgetreden. Vanzelfsprekend volgen in dat geval ook bestuursrechtelijke maatregelen. In de richtlijnen wordt verder aangegeven dat het coffeeshopbeleid op onderdelen nader kan worden bepaald door het lokale driehoeksoverleg (burgemeester, politie, OM). Aan de hand van bestuursrechtelijke instrumenten als het bestemmingsplan, een exploitatievergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en een gedoogbeschikking is het voor gemeenten mogelijk een lokaal coffeeshopbeleid te voeren.

Rechtspraak bij dit artikel