Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2011

1.. In elke raadsperiode stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad voor het onderzoek van de geloofsbrieven, en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. 2.. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.. Het onderzoek van het proces-verbaal van het stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te 6.. Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de commissie genoemd in het eerste lid of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel