Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Veiligheid

Onderdeel van Nadere regels kindercentra

a.. De voorzieningen voor brandveiligheid en veilige ontvluchting bij brand moeten voldoen aan de richtlijnen van gebouwen NEN 3892 en NEN 3894 van het Nederlands Normalisatie Instituut. b.. De in het kindercentrum verplicht aanwezige brandblusapparatuur dient jaarlijks te worden gekeurd. c.. Alle overige door de commandant van de brandweer te geven aanwijzingen dienen onverwijld te worden opgevolgd. d.. Buitendeuren en -vensters zijn zodanig beveiligd, dat kinderen niet ongemerkt het kindercentrum kunnen verlaten en onbevoegden niet ongemerkt kunnen binnentreden. e.. De verwarmingsapparaten zijn zodanig opgesteld en uitgevoerd, dat de kinderen zich daaraan niet kunnen verwonden en de bedieningsorganen niet kunnen bereiken. f.. Ruiten beneden 1,20 meter dienen te zijn vervaardigd van veiligheidsglas. g.. Wandcontactdozen dienen te zijn geaard en te zijn afgeschermd en bij voorkeur onbereikbaar te zijn voor kinderen. h.. Voorwerpen en vloeistoffen die gevaar voor kinderen kunnen opleveren (schoonmaakartikelen, medicamenten, elektrische apparaten, servies, bestek, e.d.) moeten buiten bereik van kinderen worden opgeborgen. i.. In het kindercentrum is een telefoon aanwezig. In de onmiddellijke nabijheid daarvan bevinden zich het algemeen alarmnummer en het telefoonnummer van de huisarts. j.. In het kindercentrum is een volledig uitgeruste EHBO-trommel aanwezig en een zogenaamde giflijst. k.. In het kindercentrum is ten minste één functionaris aanwezig die in bezit is van een geldig EHBO-diploma of een kinder-EHBO-certificaat. l.. Eventueel aanwezige vaste trappen dienen veilig te zijn voor kinderen.

Rechtspraak bij dit artikel