Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2.2

Nota Nationaal Antennebeleid

Onderdeel van Beleidsnota antenne-installaties, gemeente Eemnes

De rijksoverheid heeft een antennebeleid geformuleerd in de Nota Nationaal Antennebeleid. Het doel van het Nationaal Antennebeleid is het stimuleren en faciliteren van voldoende ruimte voor antenne-opstelpunten binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid. De nota is op 8 december 2000 door het kabinet vastgesteld. De Tweede Kamer heeft zich op 14 mei 2001 achter het kabinetsstandpunt geschaard. In de nota zijn de volgende beleidsvoornemens opgenomen: 1. Handhaven van de reguliere bouwvergunning voor grote antenne-installaties, hoger dan 40 meter. Indien plaatsing niet in het bestemmingsplan is geregeld, zal een verklaring van geen bezwaar van de provincie noodzakelijk zijn. 2. Het opnemen van antenne-installaties (inclusief mast en techniekkast) hoger dan 5 meter tot maximaal 40 meter in de lijst van bouwwerken, waarop een licht regime in de zin van de (in voorbereiding zijnde) Woningwet van toepassing is. Dit betekent dat deze antenne-installaties moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan, de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening, welstand en de onderdelen van het Bouwbesluit die betrekking hebben op de constructieve veiligheid. Wanneer in het bestemmingsplan niets is geregeld, geldt voor deze antennes, dat wanneer ze in bebouwd gebied zullen worden gerealiseerd, het college op grond van artikel 19 lid 3 WRO juncto artikel 20 Bro vrijstelling van het bestemmingsplan zal kunnen verlenen. Artikel 20 Bro zal hiervoor moeten worden aangepast. In de provincie Utrecht geldt echter reeds dat ex artikel 19 lid 2 WRO op grond van de limitatieve vrijstellingslijst van GS het college van B&W vrijstelling kan verlenen voor antenne-installaties die binnen de streekplancontouren worden geplaatst en minder dan 12 meter hoog zijn, dan wel maximaal 5 meter boven de nokhoogte van een bestaand gebouw uit komen. Voor antennes in het buitengebied, hoger dan 5 meter zal een verklaring van geen bezwaar van de provincie nodig zijn ex artikel 19 lid 1 WRO. 3. Het onder voorwaarden opnemen van antenne-installaties, inclusief mast en techniekkast, met een hoogte tot en met 5 meter in de lijst van vergunningsvrije bouwwerken. Uitgesloten van bouwvergunningvrijheid zijn antennes die op of aan monumenten en binnen beschermde stads- en dorpsgezichten als bedoeld in de Monumentenwet van 1988 worden geplaatst. De vrijstelling van de bouwvergunningplicht zal slechts worden gerealiseerd onder de voorwaarde dat: - De antennes visueel inpasbaar zijn. Om te bepalen wanneer antennes visueel inpasbaar zijn, moeten nog nadere regels worden opgesteld, die in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) worden vastgelegd. - Eerst een convenant tot stand zal komen tussen onder meer de VNG, de operators, de woningbouwcorporaties en de rijksoverheid. Dit convenant zal in ieder geval regelen dat de operator met de gemeente een dekkingsplan bespreekt, waardoor op het niveau van de gehele gemeente een overzicht van de locatie van de benodigde antennes ontstaat en niet de plaatsing van elke antenne afzonderlijk zal moeten worden bekeken. Gemeente en operator zullen vervolgens zoveel mogelijk overeenstemming bereiken over een plaatsingsplan. Operators hebben echter het laatste woord in geval van plaatsing van antennes tot 5 meter. Indien vergunningsvrije antennes op woonlocaties moeten worden geplaatst, zal dit in het dekkingsplan aannemelijk moeten worden gemaakt. Bovendien wordt geregeld, dat de operators optimaal samenwerken in het kader van site-sharing en planning. - Ten slotte moeten procedure-afspraken worden gemaakt waaruit de instemming van de bewoners moet blijken. Voordat het convenant wordt ondertekend zal de VNG de achterban consulteren. Dit betekent echter niet dat de vergunningvrijheid al ingaat; dat kan alleen via een wetswijziging op dit punt. De AMvB die hiertoe wordt voorbereid maakt deel uit van artikel 43 van de Woningwet (lijst van vergunningsvrije bouwwerken). De verwachting is, dat deze wet per april 2002 in werking treedt. In aansluiting op de AMvB kunnen gemeenten nadere regels stellen omtrent de inpassing van antenne-installaties in de omgeving. Hierdoor worden de gemeenten in de gelegenheid gesteld om in aansluiting op het lokale welstandsbeleid en de lokale situatie en wensen objectieve eisen te formuleren in de vorm van zogenaamde loketcriteria inzake de techniekkast, bekabeling en situering van de antennedrager en gevelantennes. De operators zullen zich in het convenant verplichten dat ze zich conformeren aan de criteria van de gemeente. De criteria mogen echter niet het tegengaan van de bouwvergunningvrijheid tot doel hebben. Bij plaatsing van antennes op of aan een woongebouw dient op dit moment alleen de eigenaar van het gebouw toestemming te geven. In het convenant wordt het instemmingsrecht van de bewoners vormgegeven. De bewoners krijgen passief instemmingsrecht. Dit houdt in dat indien 50% van de bewoners plus 1 tegen plaatsing van een antenne-installatie zijn, er niet geplaatst mag worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel