Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Dalfsen

2.1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.2. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; de afgegeven indicatie voor hulp bij het huishouden korter of gelijk aan drie maanden is; als uit onderzoek is gebleken dat de aanvrager een eerder persoonsgebonden budget niet in overeenstemming met doel en/of bestemming heeft ingezet; op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld de aangevraagde voorziening zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen moet worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget. 2.3. Er wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt voor het collectief vraagafhankelijk vervoer. 2.4. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats: voor woningaanpassingen, woonvoorzieningen, rolstoelen en vervoersvoorzieningen in alle gevallen na afloop van de realisatie dan wel na aanschaf. voor de hulp bij het huishouden elke zes maanden en wel na afloop van de eerste zes maanden en na afloop van elk kalenderjaar. 2.5. 2.5.. Bij verstrekking van het persoonsgebonden budget is de budgethouder verplicht in ieder geval de volgende stukken op verzoek te verstrekken: bij hulp bij het huishouden een gesloten zorgovereenkomst tussen budgethouder en zorgverlener; betalingsbewijzen van de verrichte betalingen; of indien wettelijk noodzakelijk) een overzicht van de salarisadministratie met bewijsstukken. bij overige individuele voorzieningen de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van de aanschaf van de voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel